donderdag 22 juni 2017

WAT GEBEURT ER MET DE ERFGOEDBIBLIOTHEEK IN CENTRE CÉRAMIQUE MAASTRICHT?



In het maandblad Zuiderlucht heb ik me begin december 2016 druk gemaakt over de onheilspellende plannen die de Gemeente Maastricht lijkt te hebben met betrekking tot de indrukwekkende, in de loop van meer dan 350 jaar opgebouwde boekenschat van de Stadsbibliotheek. De Stadsbibliotheek Maastricht wordt in Centre Céramique, waar ze is ondergebracht, meestal simpelweg aangeduid als 'de bibliotheek' (zoals er overál wel openbare bibliotheken zijn), maar is in feite een ERFGOEDBIBLIOTHEEK, waarmee deskundig en met respect, zoals het de verantwoordelijken voor een levend monument betaamt, moet worden omgesprongen.

Gelukkig ben ik niet de enige die zich ernstige zorgen maakt.

Rond het thema Stadsbibliotheek Maastricht / Bibliotheca Limburgensis hadden Lou Spronck, Harry Crebolder en ik op zaterdag 10 juni 2017 in het Centre Céramique een informatieve bijeenkomst en gedachtenwisseling met diverse raadsleden en enkele andere geïnteresseerden.
Naar aanleiding van deze bijeenkomst schreven wij het onderstaande verslag, in de hoop en het vertrouwen dat de bevoegde instanties er adequaat op zullen reageren.
Excuses voor de lengte van de tekst, deze omvang was nodig. Het verslag eindigt met een vijftal aanbevelingen.

VERSLAG GESPREK OVER DE STADSBIBLIOTHEEK MAASTRICHT op zaterdag 10 juni 2017, 13.00-14.00 uur, in het Centre Céramique.
Deelnemers: een twaalftal (burger)raadsleden, wethouder mevr. Mieke Damsma, drs. Stef Niekamp (directeur CC), drs. Ingrid Wijk (directeur UB UM), prof. dr. Wiel Kusters, prof. dr. Harry Crebolder en dr. Lou Spronck
I. Informatie
Na een welkomstwoord van Stef Niekamp, directeur van het Centre Céramique, deelt Wiel Kusters het volgende mede:
Deze bijeenkomst is belegd op verzoek van Harry Crebolder, Lou Spronck en hemzelf. Zij zijn verontrust over de situatie waarin de Stadsbibliotheek is komen te verkeren. Intussen is gebleken dat niet alleen het grote publiek, maar ook veel raadsleden onvoldoende kennis hebben van de waarde en de uniciteit van het erfgoed dat in de Stadsbibliotheek bewaard wordt. Zij danken het Gemeentebestuur, dat het is ingegaan op hun verzoek om daarover met de raadsleden in gesprek te gaan.
Wiel Kusters attendeert nog op de aanwezigheid van Ingrid Wijk, directeur van de Universiteitsbibliotheek, die op hun verzoek deelneemt en belang stelt in dit gesprek omdat zij zich mee verantwoordelijk voelt voor het erfgoed van de stad, waarvan een gedeelte (de grote Jezuïetencollectie) in de UB is opgenomen.
Voor een verslag van deze bijeenkomst zal gezorgd worden. Het wordt toegezonden aan de raadsleden en andere geïnteresseerden.
Hij geeft vervolgens het woord aan Lou Spronck en Harry Crebolder.
Lou Spronck (neerlandicus/historicus; frequent gebruiker van de bibliotheek, o.m. voor de recent verschenen Geschiedenis van de literatuur in Limburg; in het verleden vicevoorzitter van de Bestuurscommissie Stadsarchief en Stadsbibliotheek) geeft een kort overzicht van de ontwikkelingen in de afgelopen halve eeuw.
In de Stadsbibliotheek Maastricht, gevestigd in het Centre Céramique, zijn verschillende collecties te onderscheiden:
- de vroegere Stadsbibliotheek (SB) aan het Vrijthof (gesticht in 1662),
- de vroegere Centrale Bibliotheek (CB) van de Broeders van de Beyart (19e-20e eeuw),
- de vroegere Openbare Bibliotheek (OB) van de Witmakersstraat.
De fusie tussen SB/CB en OB vond plaats in 1977. In december van dat jaar werd de nieuwe hoofdvestiging aan de Nieuwenhofstraat betrokken.
In 1999 verhuisde de bibliotheek naar het nieuwe Centre Céramique. In het gebouw aan de Nieuwenhofstraat werd de Universiteitsbibliotheek (UB) gevestigd.
De geldstroom voor de Stadsbibliotheek is altijd complex geweest, en is dat nu nog. De bibliotheek is in eerste instantie een zaak van de Gemeente. Deze ontvangt van het Rijk aanvullende gelden voor de Wetenschappelijke Steunfunctie (WSF, nu Plusfunctie genoemd). Een derde geldstroom komt van de Provincie, die de bibliotheek subsidieert vanwege haar Limburgfunctie. [A.J. Flament publiceerde al in 1889 een tweedelige catalogus van de SB ‘bewerkt vooral als “Bibliotheca Limburgensis” ’!]
In 1987 werd de Museumnota door Provinciale Staten aangenomen. Exploitatie en beheer van de Stadsbibliotheek werd toen volledig een zaak van de Gemeente: een formele knip in de relatie van Provincie met SB.
De facto werd de geldstroom van de Provincie echter niet stil gelegd: de Stadsbibliotheek bleef vanwege haar Limburgfunctie provinciale subsidiegelden ontvangen.
Vanaf circa 1992 tot de dag van vandaag (al een kwart eeuw) heeft de ‘Bibliotheca Limburgensis’ geleden onder permanent voortgaande bezuinigingen door de gemeente.
Het begon met het stop zetten van de Documentatie Limburg (het ‘kind’ van Max van Heijst), waaraan door diverse medewerkers fulltime gewerkt werd.
Niet minder ingrijpend was, dat gekwalificeerde personeelsleden die vertrokken, niet vervangen werden. We noemen de volgende functies:
1. de onderdirecteur (gepromoveerd historicus), die met pensioen ging;
2. een historicus, die naar het Stadsarchief overstapte;
3. een academicus/conservator (inmiddels gepromoveerd; werkzaam aan Universiteit Erfurt) 4. een academicus/vakreferent, die met pensioen ging;
5. een academica/neerlandica, die elders een werkkring vond;
6. en 7. twee documentalisten, die bij het provinciale dagblad onderdak vonden.
In 2016 ontving de Gemeente bericht dat de Provincie - ontevreden over de wijze van besteding van haar jaarlijkse subsidie (€ 220.000) - vanaf 2017 geen subsidie meer zou verlenen, hetgeen inmiddels geëffectueerd is. Gevolg: Limburgs erfgoed in gevaar.
Harry Crebolder (medicus; gewoon gebruiker van de bibliotheek) werd klaar wakker toen hij geïnformeerd werd over de schatten die in de Stadsbibliotheek liggen opgeslagen, over de afbraak van het wetenschappelijk personeelsbestand en over de situatie die als gevolg van het intrekken van het provinciaal subsidie in 2017 ontstaan is. Hij ondersteunt van harte de actie voor het behoud en een verbeterd beheer van de Maastrichtse erfgoedbibliotheek. Goed rentmeesterschap vraagt om waakzaamheid en zorgvuldige omgang met kwetsbaar erfgoed. Hij pleit voor een gestructureerde samenwerking met de bibliotheek van de Universiteit Maastricht en verwijst in deze naar de inbreng van Ingrid Wijk.
De actie van verontrusten begon op 30 november 2016 met een open brief van vertegenwoordigers uit het Limburgse literaire veld, die gericht was aan de besturen van Gemeente en Provincie. De open brief en circulerende informatie leidden tot kritische vragen van raadsleden aan B&W - we noemen Antonie van Lune, Kitty Nuyts en Hans Passenier.
Op 23 maart 2017 hadden Wiel Kusters, Lou Spronck en Harry Crebolder een gesprek met wethouder Mieke Damsma, geassisteerd door beleidsmedewerker Paul Lambrechts en directeur CC Stef Niekamp.
Uit de door de aanvragers van het gesprek opgestelde notitie naar aanleiding van dit gesprek blijkt dat de zorgen niet weggenomen zijn. Zo toonde de Gemeente zich niet genegen tot de instelling van een commissie van onafhankelijke deskundigen die
a. de huidige stand van zaken in kaart brengt,
b. de eisen formuleert die aan het beheer van de erfgoedbibliotheek gesteld mogen worden, en c. een goed onderbouwd plan schrijft, op basis waarvan, in goed overleg met het provinciaal bestuur (eventueel ook de universiteit), beleid ontwikkeld kan worden; – het beheer van de erfgoedbibliotheek kan immers geen zaak zijn van de gemeente alleen.
Evenmin wilde de Gemeente ingaan op het voorstel tot instelling van een onafhankelijk raad van advies voor de erfgoedbibliotheek.
Op 4 april volgde een Stadsronde. Daar was vooral de verdere ‘vermarkting’ van het Centre Céramique als zodanig aan de orde, niet specifiek het erfgoedbelang van de in het Centre Céramique ondergebrachte Stadsbibliotheek. Tot een gedachtewisseling over dat erfgoedbelang kwam het niet. Overigens bleek daar andermaal, dat de meeste raadsleden nog steeds geen helder beeld hadden van de Stadsbibliotheek en de daarin bewaarde collecties, noch van de eisen die aan het beheer van de ‘Bibliotheca Limburgensis’ als cultureel erfgoed gesteld moeten worden.
Ons daaropvolgend verzoek aan de griffie om de raadsleden ter zake te informeren en met hen in gesprek te gaan, heeft geleid tot deze samenkomst.

Wiel Kusters sluit het informatieve gedeelte van de bijeenkomst af met een bewogen oproep aan de raadsleden om zich bewust te zijn van het nationale belang van de in de Stadsbibliotheek aanwezige erfgoedbibliotheek. Een kostbaar bezit, maar ook heel kwetsbaar, dat vraagt om zorgvuldig beheer.
II. Gedachtewisseling
In de nu volgende gedachtewisseling worden enkele vragen beantwoord en zaken verhelderd.
- Een door onafhankelijke deskundigen opgesteld plan zal ook voor de Provincie voldoende gewicht hebben om het gesprek te hervatten over de financiering van behoud en beheer van de erfgoedcollectie. Deze collectie is immers niet slechts van stedelijk belang; zij wordt integendeel van provinciaal (én nationaal) belang geacht. In principe is de Provincie voor behoud en beheer dus mede verantwoordelijk. De discussie over de Bibliotheca Limburgensis moet derhalve op breder plan gevoerd worden, los van de reguliere gemeentelijke planning en besluitvorming.
- Ingrid Wijk, de directeur van de UB, wijst op de succesvolle samenwerking met de staf en medewerkers van de stedelijke Bibliotheca Limburgensis en de collecties van het RHCL aan de Pieterstraat, bijvoorbeeld in het project ‘Gedrukt in Maastricht’. Centraal staan daarbij de collecties die samen veel meer zijn dan de som der delen, zowel in omvang, kennis over de collecties en (vernieuwende) mogelijkheden van (digitale) presentatie. Die samenwerking kan geïntensiveerd worden. De in potentie aanwezige belangstelling bij het publiek voor gezamenlijke activiteiten rond het kostbare boek kan gemakkelijk gewekt worden.
- Een economische wet is dat de aanwezigheid van een voorziening de behoefte creëert. Het is dan ook verstandig geweest om de openingsuren van de Stadsbibliotheek te verruimen. Maar voor de raadpleging van de magazijncollectie is juist een frustrerende beperking doorgevoerd.
III. Aanbevelingen
Een duurzame bibliotheek is iets anders dan een duurzame erfgoedbibliotheek. Gegeven de situatie waarin de Stadsbibliotheek, i.c. de erfgoedbibliotheek, zich bevindt, komen ondergetekenden tot de volgende dringende aanbevelingen:
1. Aanstelling van een academicus die enkele jaren kan ingroeien en straks een competent opvolger kan zijn van drs. Emile Ramakers, de onmisbare kenner van de collectie en hooggekwalificeerde vraagbaak.
2. Het maken van een inhaalslag ten aanzien van de digitalisering van de fichecatalogus.
3. Aanstelling van een academicus/conservator voor het beheer van de erfgoedcollectie en de externe presentatie ervan.
4. Instelling van een commissie van onafhankelijke deskundigen voor de ontwikkeling van een Plan Stadsbibliotheek. Op basis daarvan kan een gesprek met de Provincie worden gevoerd dat moet leiden tot herziening van haar besluit tot beëindigen van het jaarlijkse subsidie.
5. Instelling van een onafhankelijke Raad van Advies voor de Erfgoedbibliotheek, die – uitgaande van de samenhang en samenwerking van de collecties die zich bij de erfgoedinstellingen in Maastricht bevinden – adviseert over de collecties, het duurzaam beheer en de promotie ervan.

Ter afsluiting

Ondergetekenden zijn vanzelfsprekend bereid om met de raad (en met andere betrokkenen) het gesprek voort te zetten over zaken die de Stadsbibliotheek, in het bijzonder de erfgoedbibliotheek, betreffen.
Dat geldt evenzeer voor de invulling van de Raad van Advies (zie aanbeveling 5). Ook de directeur van de Universiteitsbibliotheek is bereid daaraan haar bijdrage te leveren.
Maastricht, 20 juni 2017
Wiel Kusters
Harry Crebolder
Lou Spronck

zaterdag 20 mei 2017


PRESENTATIE LEESJONGEN. 
VERZAMELDE GEDICHTEN 1978-2017
OP 1 JUNI AANSTAANDE.

KLIK OP DE AFBEELDING
VOOR HET LEZEN VAN DE UITNODIGING.

Vooruitlopend op mijn zeventigste verjaardag en het verschijnen bij Uitgeverij Cossee van mijn verzamelde gedichten, Leesjongen, op 1 juni, verraste de Jan van Eyck Academie mij met een uitgave van een serie gedichten en korte prozateksten onder de titel Door enkele straten van Maastricht.
Jo Frenken heeft het boek in het Charles Nypels Lab van de Academie op schitterende wijze vormgegeven en van beelden voorzien.

‘Door enkele straten van Maastricht’ is een leesbare wandeling van mijn huis in Wyck naar de Jan van Eyck Academie in het hart van Maastricht.
Van de boom voor mijn deur naar de plataan op het Academieplein.

Arjan Peters schrijft er vandaag over in zijn column ‘Boekenweek’ in de bijlage Sir Edmund van de Volkskrant.

dinsdag 4 april 2017


Verschijnt tweede helft mei 2017.

KLIK HIER voor verdere informatie.

zondag 2 april 2017

Leesjongen
Verzamelde gedichten
1978-2017

verschijnt mei 2017
bij Uitgeverij Cossee

KLIK OP DE AFBEELDING
OM TE VERGROTEN



donderdag 9 maart 2017



Op 7 april verschijnt bij uitgeverij Nieuwe Doelen:

Wiel Kusters
DE AVONTUREN VAN PIM PLEISTERS
met tekeningen van Toon Teeken

52 blz., gebonden, 16 x 24 cm.
vormgeving: Bureau Piet Gerards

Wiel Kusters schreef een verhaal over een dromerige jongen en zijn kleine wondjes. Voor kinderen van 10 tot 100. Het inspireerde Toon Teeken tot een reeks van speelse tekeningen in blauwe balpen.

De oplage blijft beperkt tot 250 exemplaren, waarvan 200 beschikbaar voor geïnteresseerden (tegen de prijs van 22,50 euro).

Wil je je verzekeren van een exemplaar, mail naar: pim.pleisters@gmail.com en verneem hoe je ‘De avonturen van Pim Pleisters’ kunt bestellen.



maandag 16 januari 2017

'Natuurlijk ook Holden Caulfield'

Dit schreef Sylvia Witteman zaterdag in de bijlage Sir Edmund van de Volkskrant:

‘”Franny and Zooey”, begrijp jij waar dat over gaat?’, vroeg een vriend van me. Hij is geen ongeletterde en halfblinde mijnwerker, maar professor in de klinische psychologie, dus hier moeten we de schuld misschien toch bij Salinger zélf zoeken.’

Ik heb hier een tijdje naar zitten kijken, met halfopen, nog wat slaapdronken ogen, maar ineens wist ik het. Ik ben een ongeletterde en halfblinde mijnwerker.
Nog meelijwekkender zelfs: ik heb nooit iets van Salinger gelezen, dus ook dat ‘Franny and Zooey’ niet. Laat staan dat ik van zijn romanfiguren iets heb begrepen.
En aan mijn vader (mijnwerker) en moeder, grootvader (mijnwerker) en grootmoeder zijn Salingers boeken ook voorbijgegaan. Erg hè.

Sylvia Witteman moet haar rare ideeën over halfblinde mijnwerkers hebben opgelopen bij het kijken naar Momfer de mol in de Fabeltjeskrant.

In haar column schrijft Witteman dat Salinger ‘echt best een paar fijne dingen’ heeft geschreven (dat is de toon van het ‘geletterde’ milieu), maar dat ze ambivalente gevoelens heeft ‘jegens veel van zijn personages.’ ‘Franny, Zooey, de hele familie Glass eigenlijk (behalve misschien Seymour), en natuurlijk ook Holden Caulfield, ze zijn allemaal zo irritant vervuld van zichzelf. Zo ongedwongen briljant, zo vanzelfsprekend geestig en knap van uiterlijk, zo achteloos slordig en zogenaamd-doodgewoon als alleen de ware upper class zich kan veroorloven.’

Dat klinkt mij niet onsympathiek in de oren. Als kritiek op zulke personages, bedoel ik. Maar is het raar dat ik in Wittemans waarschijnlijk grappig bedoelde opmerking over die ongeletterde en halfblinde mijnwerker nu juist óók zo’n wat verwend, en in mijn ogen enigszins sociaal-dommig Salingerpersonage hoor spreken? Jammer hoor, want het lijkt mij niet dat ze dat op ‘ongedwongen briljante’ wijze zo bedoeld heeft.

vrijdag 13 januari 2017

Minicollege over Toon Hermans (en Pierre Kemp) in Theater Carré

Op 12 december 2016 gaf ik in Koninklijk Theater Carré, Amsterdam, een 'minicollege' over wat je misschien de gevoelswereld van TOON HERMANS zou kunnen noemen.
En over zijn verwantschap met de dichter PIERRE KEMP.

Mijn verhaal was onderdeel van het 'GALA 100 JAAR TOON', met medewerking van onder anderen Chantal Janzen, Freek de Jonge, Hadewych Minis, Paul van Vliet en Wende.

Carré-productie i.s.m. Stichting Toon Hermans.

Samenstelling en regie: Ronald Klamer.

AVROTROS maakte de opnames.